“Moed en vertrouwen, zei mijn moeder altijd. Daar gaat het om. Zo gaan we maar weer verder”

 

Terug

Moed en vertrouwen

Tiny Westra-Sissing verloor haar eerste man in de Tweede Wereldoorlog. Jaren later kreeg ze zijn trouwring terug. “Ik was helemaal overdonderd.”

“Deze ring is gemaakt van de trouwring van mijn eerste man, Hermannes Rozeboom. We trouwden in 1940 in Groningen, ik was 21. Hij werkte bij een drukkerij en was betrokken bij illegale activiteiten. In februari 1945 is hij opgepakt door de Duitsers en afgevoerd naar concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Je denkt, de oorlog duurt niet zo lang meer, je hoopt dat hij terugkomt. Na de bevrijding ging ik elke morgen naar de Grote Markt. Daar kwamen iedere dag vrachtwagens met mensen uit de kampen aan. Maar ik heb hem nooit meer gezien.

Oorlog

Tijdens de oorlog moest je altijd voorzichtig zijn. Ik weet nog dat we stiekem bij de buren naar de radio luisterden. Vooral de Bevrijdingsdagen waren angstig. Duitsers hielden lang stand in de Martinitoren, er werd veel geschoten. Als het rustig was, gingen mijn vader en ik helemaal naar boven, naar het platte dak. Overal rondom ons heen brandde het.
Ik ben vijf jaar alleen geweest, toen ontmoette ik mijn tweede man tijdens een vakantie met vrienden op Vlieland. We kregen twee dochters, Greetje en Jitty. Jaren later, we woonden in Assen, ging ineens de deurbel. Het was een man van de sociale dienst, hij had een grote enveloppe bij zich. Daarin zaten een zegelring , een vulpen en een trouwring met mijn naam erin. Allemaal van Hermannes. Dat kun je je toch niet voorstellen!
Hoe kwam die nou na al die jaren weer bij mij? De Duitsers namen toch alle juwelen in beslag? Maar ik heb niet gevraagd hoe de man eraan gekomen was. Ik was helemaal overdonderd.
Ik had al een trouwring van mijn tweede man, maar ik wilde toch iets doen met de trouwring van Hermannes. Een juwelier in Assen heeft er toen deze ring van gemaakt. Het is maar klein, maar het is iets heel kostbaars. Het is het enige wat ik nog van hem heb.

Schoenendoos

Mijn dochter vond op een gegeven moment een schoenendoos met foto’s van mama en een vreemde man. Toen ging ze natuurlijk vragen stellen. Verschillende mensen hebben geprobeerd uit te zoeken wat er met hem was gebeurd. Mijn ouders hadden wel eens een briefje gestuurd naar een bekende helderziende, maar dat leverde niks op. Uiteindelijk heeft een vriend van mijn dochter flink zijn best gedaan. We kwamen erachter dat Hermannes ziek was toen de Amerikanen kwamen. De zieken gingen allemaal naar een Amerikaans hospitaal in Rothenburg. De mensen die nog konden lopen, gingen naar Lübeck. Misschien was hij daarbij en is hij op een schip terecht gekomen. Het was een heel onzekere tijd. Ik hoop het nooit meer mee te maken. Uiteindelijk bleek dat hij in Rothenburg is overleden.
En nu ben ik 102 en woon ik alweer zeven jaar in dit huis. Ik kwam hier vanuit het ziekenhuis. Ik was helemaal niet van plan om te blijven, ik moest alleen een beetje bijkomen. Toen ik in het begin door de gangen liep met mijn rollator vond ik het net een kazerne, met al die deuren. Maar dan leer je de mensen kennen en kijk je het even aan, en toen besloot ik om te blijven. Ook voor de kinderen, het is fijn dat ze weten dat er altijd hulp aanwezig is. En we hebben het hier goed, de zorg is goed. Alleen steeds die verschillende gezichten, dat is niet leuk.

Trots

In de coronatijd zijn veel mensen overleden, goede vrienden en ook buren hier in de gang. Dan blijf je als het ware alleen achter, hè. Soms denk ik, het hoeft van mij niet meer. Maar ik heb twee dochters, waar ik heel trots op ben. Ik was altijd bezig, ik heb veel gebreid. Maar dat wil niet meer, de draad omslaan lukt niet. Dan ga ik naar beneden en tref ik weer andere mensen, en dan gaat het wel weer. Ik bezoek ook de kerkdiensten hier in Holdert en geniet ervan als er een goede organist bij is. Dat is mooi. Tijdens corona ging het niet door, maar nu zal het wel weer beginnen. Soms kijk ik naar boven en dan weet ik dat ze er allemaal nog zijn. ‘Heer, geef mij kracht’, bid ik. Moed en vertrouwen, zei mijn moeder altijd. Daar gaat het om. Zo gaan we maar weer verder.”

Volgende