“Heel die familie stond te janken toen ik dat zei, ikzelf incluis.”

 

Terug

Ik wil kindertjes blij maken

Betty Boelens-Timmer en haar zus kregen ieder een prachtige pop toen ze klein waren. “Ze hingen in de doos aan de muur. We mochten er niet mee spelen, alleen maar naar kijken.” Nu heeft Betty een hele verzameling poppen waar ze prachtige kleertjes voor maakt.

“De wereld is enorm veranderd, op alle gebied. Dan kijk ik televisie en denk: waar hebben jullie het over? Komt ook omdat ik zo slecht zie, hoor. Ik zeg wel eens, in deze wereld horen wij er eigenlijk niet meer bij. ‘Hou op, mam!’, zegt mijn dochter dan, haha. Dat ik zo slecht zie, dat is echt een drama. Ik krijg zes of zeven keer per dag zalf in de ogen. Ook niet prettig voor de medewerkers, maar ik kan het zelf niet. Ik zit vol artrose en tob met mijn bloeddruk. Tja, het is niet anders. Gelukkig kan ik nog wel zelf douchen.
Ik ben samen met mijn man in dit appartement gekomen. Na anderhalf jaar is hij overleden. Hij had keelkanker. Dat was al toen we nog in Rotterdam woonden. Eerst werd hij bestraald en dat leek te helpen, maar toen kwam het weer terug. Ik was meer in de Daniël den Hoed-kliniek, zo heette het ziekenhuis, dan thuis.

Rotterdam

Mijn man en ik zijn allebei geboren en opgegroeid in Schoonoord. Veel mensen uit het noorden vertrokken in die tijd naar Rotterdam. Ik was 21, we waren net getrouwd. Hier konden we geen huis en geen werk krijgen. Toen zag mijn man een advertentie in de krant: Buschauffeurs gezocht in Rotterdam. Dat leek hem wel wat en ik vond het prima. Zo kwamen we in Schiebroek terecht, een wijk van Rotterdam. Met tramlijn 5 was ik zo in de stad. Omdat mijn man buschauffeur was, mochten we gratis met het openbaar vervoer.

In het begin was het wel wat moeilijk, maar nadat onze dochter geboren werd, was ik snel gewend. Van Alberdien werd ik Betty. Ik kreeg vriendinnen, ging mee naar zuigelingenzorg en vanaf toen ging het eigenlijk vanzelf. Wel zeiden ze altijd dat ik met zo’n vreselijk accent sprak. Ik praat eigenlijk nooit meer Drents. Ik vind het niet mooi. En ik vind ook dat ik het niet kan maken tegenover mijn kleinkinderen. Zij verstaan het niet. Onze dochter Roelie is in Rotterdam geboren, en onze kleinkinderen ook. En dat hoor je hoor, nou!

Emmen

Mijn moeder woonde tot haar dood in Schoonoord en Roelie logeerde altijd graag bij oma. Ze was weg van Drenthe, en haar man later ook. Op een mooie zondagmorgen vertelde ze ons dat ze een bod hadden gedaan op een huis in Emmen. “De wereld is enorm veranderd, op alle gebied. Dan kijk ik televisie en denk: waar hebben jullie het over? Komt ook omdat ik zo slecht zie, hoor. Ik zeg wel eens, in deze wereld horen wij er eigenlijk niet meer bij. ‘Hou op, mam!’, zegt mijn dochter dan, haha. Dat ik zo slecht zie, dat is echt een drama. Ik krijg zes of zeven keer per dag zalf in de ogen. Ook niet prettig voor de medewerkers, maar ik kan het zelf niet. Ik zit vol artrose en tob met mijn bloeddruk. Tja, het is niet anders. Gelukkig kan ik nog wel zelf douchen.

Ik ben samen met mijn man in dit appartement gekomen. Na anderhalf jaar is hij overleden. Hij had keelkanker. Dat was al toen we nog in Rotterdam woonden. Eerst werd hij bestraald en dat leek te helpen, maar toen kwam het weer terug. Ik was meer in de Daniël den Hoed-kliniek, zo heette het ziekenhuis, dan thuis.

Rotterdam

Mijn man en ik zijn allebei geboren en opgegroeid in Schoonoord. Veel mensen uit het noorden vertrokken in die tijd naar Rotterdam. Ik was 21, we waren net getrouwd. Hier konden we geen huis en geen werk krijgen. Toen zag mijn man een advertentie in de krant: Buschauffeurs gezocht in Rotterdam. Dat leek hem wel wat en ik vond het prima. Zo kwamen we in Schiebroek terecht, een wijk van Rotterdam. Met tramlijn 5 was ik zo in de stad. Omdat mijn man buschauffeur was, mochten we gratis met het openbaar vervoer.

In het begin was het wel wat moeilijk, maar nadat onze dochter geboren werd, was ik snel gewend. Van Alberdien werd ik Betty. Ik kreeg vriendinnen, ging mee naar zuigelingenzorg en vanaf toen ging het eigenlijk vanzelf. Wel zeiden ze altijd dat ik met zo’n vreselijk accent sprak. Ik praat eigenlijk nooit meer Drents. Ik vind het niet mooi. En ik vind ook dat ik het niet kan maken tegenover mijn kleinkinderen. Zij verstaan het niet. Onze dochter Roelie is in Rotterdam geboren, en onze kleinkinderen ook. En dat hoor je hoor, nou!

Emmen

Mijn moeder woonde tot haar dood in Schoonoord en Roelie logeerde altijd graag bij oma. Ze was weg van Drenthe, en haar man later ook. Op een mooie zondagmorgen vertelde ze ons dat ze een bod hadden gedaan op een huis in Emmen. en fruit in de tuin. Wij hadden hartstikke goed. De tweede vrouw van mijn schoonvader begreep niet dat ik me daar niet voor schaamde. ‘Dat jij dat verhaal durft te vertellen!’ Maar ik durfde het te vertellen hoor, en nog steeds, want zo was het. We zijn zeker niet in weelde opgegroeid, maar we hadden het hartstikke goed.

Onze dochter wilde niet met poppen spelen, en haar twee dochters ook niet. Ik nam de poppen mee naar de kinderen in de Daniël den Hoed-kliniek. Ze waren altijd zo blij als ze me zagen! Soms bleef ik er ’s nachts voor op, als ik voor een bepaald kind nog iets af wilde maken. Nu koopt mijn dochter poppen voor me, vaak in kringloopwinkels. In de coronatijd heeft ze ook veel poppen gebracht. Die had ze helemaal gewassen, de haren mooi, alles schoon. Er mag niks mankeren aan de pop, anders begin ik er niet aan.

Blij

Ik maak alle kleding zelf. In de handwerkwinkels kennen ze me al, dan kom ik weer langs, op zoek naar wol aanbiedingen. Jurkje, strikjes, onderbroekje. Pantoffeltjes vind ik op rommelmarkten. Niet normaal hoor, wat ik hier ondertussen heb staan. Het zijn er te veel. Ik zoek nog een goed tehuis voor ze. Ik wil ze heel graag verkopen, maar dan moet de opbrengst wel naar een goed doel gaan. Ik wil kindertjes blij maken. Het liefst zou ik willen dat ze naar een kinderafdeling van een ziekenhuis gaan, of naar een kinderdagverblijf.

Vorig jaar overleed mijn lieve vriendin Jannie. Ze liet een paar poppen aan mij na. Ik heb ze schoongemaakt en heel mooi aangekleed. Ik zei tegen haar kinderen: ‘Als jullie kinderen krijgen, dan heb ik voor jullie allemaal een mooie pop van oma Jannie.’ Heel die familie stond te janken toen ik dat zei, ikzelf incluis.”

Volgende